Regio wil verder met plannen voor de Lelylijn

8 mei 2026

Regio wil verder met plannen voor de Lelylijn

REGIO – Noordelijke provincies en gemeenten willen doorgaan met de plannen voor de Lelylijn. Dat maakten bestuurders bekend na een overleg met Lelylijn-gezant Klaas Knot. De regio wil samen onderzoeken hoe een deel van de aanleg betaald kan worden.

Volgens commissaris van de Koning René Paas, voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn, is investeren in nieuwe spoorverbindingen belangrijk voor de toekomst van Noord-Nederland. “Juist in deze onzekere tijden is het van belang om te blijven investeren in de toekomst. Daar willen we samen met het kabinet mee aan de slag”, zegt Paas.

Onderzoek naar regionale bijdrage
De regio gaat een investeringswerkgroep opzetten. Die groep onderzoekt hoe provincies, gemeenten, bedrijven en mogelijk Europa kunnen bijdragen aan de financiering van de Lelylijn. Volgens het advies van Klaas Knot moet ongeveer tien procent van de kosten uit alternatieve financiering komen.

Ook wordt gewerkt aan een zogenoemd Sparend Gebiedsfonds Lelylijn. Dat fonds moet jaarlijks gevuld worden met geld om de aanleg op langere termijn mogelijk te maken. Knot stelde een jaarlijkse storting van 400 miljoen euro voor.

Investeren in bereikbaarheid
De noordelijke bestuurders benadrukken dat betere spoorverbindingen nodig zijn voor de economie en bereikbaarheid van de regio. Daarom werkt de regio al samen met het Rijk aan verbeteringen aan het spoor tussen Zwolle, Leeuwarden en Groningen. Ook loopt er een verkenning naar de Nedersaksenlijn.

Volgens de regio is de Lelylijn een investering die op lange termijn voordelen oplevert voor heel Nederland.

Vervolg in Den Haag
Klaas Knot spreekt op 13 mei met de Tweede Kamer over zijn advies voor de Lelylijn. Daarna moet duidelijk worden hoe het Rijk verder wil met het project. Een volgende stap is het starten van een zogenoemde MIRT-verkenning. Daarin wordt onderzocht hoe de spoorlijn eruit moet komen te zien en welke bijdrage regio’s kunnen leveren.

Meer informatie staat op de websites van de betrokken provincies en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Foto: © De DronterReporter

Deel dit bericht!